ðŸ’
Hoe melig kon het wezen, hoe melig kon het zijn,
Poepen uit het raampje van de trein;
Flits~Flats op de ruiten van de volgende coupé!
ðŸ’
EN DAN NÙ:
Van Duijn bÿ de psychiater:
Frans:
Bent u bekend met het BÃ rtok- syndroom?
Andre:
Nee, want ik zeg altijd: Bartók-syndroom.
Frans:
Néé hè! Néé hè!
André:
Jawel! Gisteren deed ik het nog. En zoëven ook weer.
Frans:
Het Bartók-syndroom is ongeneeslijk.
Als het met u nu het Bà rtok-syndroom was geweest, kon ik u tenminste slaan, bij wijze van therapie, maar nu er sprake is van het Bartók-syndroom ben ik verplicht u te ONT-slaan. Een GOEDEN DAG. Vergeet het maar.
André:
Néé hè!
Frans:
JAWEL.
André:
O! O ja?! Juist ja. M'n broek zakt af!
{daverend gelach en applaus}
ðŸ’
En natuurlijk konden die raampjes allang niet meer open. Dus daar stond je op de vensterbank met je "bil" omhoog. Juist wanneer de conducteur kwam. Nou, die lachte zich het apenzuur en dat ging dwars door de bekleding van waar jij had gezeten. Dus daar kreeg jij de schuld van, terwijl hij daarbij dreigde met een foto, op Google Plus nog wel! Gelukkig dat je wist dat hij die toch niet kon uploaden met zijn overgedateerde weerzinwekkende "pieper" vol bacillen uit het Oeroengebergte.
ðŸ’
Dus ging je gewoon zitten met een stalen gezicht op de overgebleven stront waar de veren doorheen staken: AïAïAï, als er nu maar geen scheur in komt!
.
"MOESTEN WIJ DAT EAUX SERIEUX NEMEN? IN DIE"BIL" VAN U ZIT ER SOWIESO AL EEN EN DIE BROEK LAAT U TOCH MAAR ZAKKEN AAN DE LOPENDE BAND!"
ðŸ’
Dat je zelfs aan de lopende band nog kunt zakken! Afijn. Net iets voor mij.
Hoogachtend,
de conducteur
Geen opmerkingen:
Een reactie posten