Je hebt nu eenmaal:
Bert van Reest en:
Berst van Reet.
Die nu ziet men daarboven. Beneden ziet men den vierdimensionalen doosch
[Ha. Dat ik, volstrekt, slechts roestige spijkers schijt, op het toilet, terwijl die ventilatorkachel enz. illustratie uitgesteld]
"Den vierdimensionalen doosch. Ik had, ja hoor, dat had ik kunnen weten."
Doch. Edoch. Precies geweten werd het niet. Maar wat zou er zijn gebeurd als die flabber het had geraden?! Daartoe had hij tenslotte alleen maar alles over zich heen hoeven krijgen, "Het Brood uit de Hemel" ...
zou daarbij voor de rest ... een raadsel kunnen zijn gebleven.
Over "de rest een raadsel kunnen zijn gebleven" gesproken, denk daarbij aan het volgende:
Het is een lust over bevroren stront heen te schaatsen, maar o wee als men er doorzakt!
"Nog maar enkele rondjes en dan moeten we weer klunen!"
Dus toch! En dikke zolen bovendien
...
"Weren't the bankers in kahoots then?"
HaHa. In "kahoots" indeed. Alsof "Dwoorzjak"een emmer leeggooit! Kortom: Welk een Vaakbaken! En reeds was die emmer vol. Proppvoll!
Lamaleeggooiediedwoorzjak! PLOEF
...
En verder mocht ik een boom zijn als dien houtenklaasch er ook maar ies van begrijpen zou? Zeg, schilderen die uilen nu tijdens het defaeceren of tijdens het lebberen?
"Both. Je hebt er mondschilderessen bij, maar ook knoesten."
Misschien dat ik de knoesten toch interessanter vind want van taarten en dergelijke heb ik geen kaas gegeten.
Dan waren dat in geen geval kaastaarten. Ofschoon dat moest.
"Dat zal best, na zovele taarten".
...
"Hè? Wat?"
Tussenwerpselen. Tussenwerpselen in de eendenkooi. Als het al geen tegenwerpselen ware, want met zo'n kaastaart in gedachten was je bijkans overleden. In elk geval enigszins misselijk.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten