Het Niet Sein! Van Wel: "Pardon?" Ja, het niet-sein, om er aan te beginnen om niet meer op te houden .. Van Wel: "NIET MEYR OEP TE HODEN?" Tuttut, zo kan die wel weer met de hoge hoedendoos, uit 1817. En het schijnsein van het scheitssein, KORTOM NUTSEIN, OFTEWEL NUT ZIJN. "Wie is hier nu de nut!" HET nut. Het is HET nut. "Waarvan!" Van van Wel. Of, juist NIET!!
"WAT NU heeft Janis, pardon, Janus hier nu nog mee van doen." 0O pardon, ik zei het al. Een Tinnen Muts. Janus ja! Janus: "Ja, nee, nu moet je ophouden ja?" Oja; nee, dicht houden! Maar toen hadden ze nog geen draaideuren, dát ja. MAAR INMIDDELS IS-T- IE ER WÉL EENTJE GEWÓRDEN!
Aldus dus.
WELWEL, wel .. LET WEL: een beetje fris en tochtig, en veel dat er doorheen gaat, o daar heb je zijn vrouw ook, als het weer eens eenrichtingsverkeer is! Hey Janis, hoe is-t-ie?
"Hey kan niet eens glæsfeysel zeggen met die kunsgebi'tsproethese!"
"O nee, wat zegt-ie dan?"
"Glæsfeysel!" En u kan het wel?"
"Si. Maar dan hoor je door die kunsgebi't fan hem vlasgeizel of glasvijzel of so iets. Ek seg nog so, eruit met dat ding!! 😆 Maar no draait-ie dus weer (omwille van de smeer) de ændere kænt eut. Lastig hoor, soon fenty, щպ."